Afgelopen dinsdag was ik, daartoe uitgenodigd voor de viering van de zeventiende Freedom Day, bij een receptie in de residentie van de ambassadeur van de Republiek van Zuid-Afrika. Het was een drukke bedoening, de straten waren volgeparkeerd en bij de statige Haagse mansion was het een gedoe van jewelste, met heren met limousines en dames met hoedjes, gelardeerd door beveilingsdienders met oortjes buiten en cateraars met gevulde dienbladen binnen. Dit maakte het overzichtelijk, want ieders rol was op uiterlijke functionele kenmerken duidelijk kenbaar. Je moest alleen de gastheer kennen om deze bij binnenkomst op gepaste wijze te kunnen begroeten. Maar mijn uitnodiging was geen toeval en de ambassadeur markant genoeg om, eens ontmoet, niet over het hoofd te zien.
Peter Goosen is een rijzige, binnenkort 54-jarige beroepsdiplomaat die een klein jaartje geleden zijn geloofsbrieven in Nederland aan mocht bieden. Ik trof hem voor het eerst toen hij daags ervoor in Nederland was aangekomen en zijn hele leven nog in kartonnen dozen verpakt lag. De eerste vraag die hij in mijn bijzijn stelde, en wat dus voor hem op dat moment de belangrijkste kwestie moet zijn geweest, was of de container met zijn motorfiets goed was overgekomen. Vervolgens verplaatste hij zijn aandacht naar mij, en vroeg mij hem bij te lichten. Ik zag de hectiek om hem heen en wilde zijn tijd niet met details verdoen, maar ik kreeg de kans niet om in staccato te gaan. Half over zijn leesbrilletje heen turend keek hij me vriendelijk aan, nam eerst een paar tellen stilte om mij vervolgens met een kalmte die volkomen controle verried ‘treat me as if I am the resident idiot’ toe te vertrouwen. Anderhalf uur later verliet ik de ambassade, in de euforische overtuiging dat ik mijn werk goed had gedaan. Maar hij had mij eigener beweging binnenstebuiten gekeerd en was met zijn ontwapenende charme natuurlijk de echte winnaar die nu precies wist wat hij weten moest.
Nooit eerder was zo helder tot mij doorgedrongen dat diplomatie een ingewikkeld en delicaat vak is, waar bijzondere eigenschappen bij nodig zijn die onnoemelijk veel meer omvatten dan vriendelijk kijken, een beetje dossierkennis, ambtsnota’s al dan niet van autocue voorlezen en protocol. Een goed diplomaat weet met enkele woorden en oogopslagen de sfeer naar believen om te doen slaan, kloven te slaan of te overbruggen en ijs al naar de situatie vergt te ontdooien of in de lucht te zetten. Goosen is zo’n diplomaat: volledig in controle zonder te overheersen. Zijn cv laat zien dat hij al sinds 1979 in dienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is. Zuid-Afrika zat toen nog volop in de greep van apartheid, maar de fluwelen revolutie van 1994 lijkt zijn loopbaan niet in het minst te hebben gehinderd. Sterker, een jaar later kreeg hij er, inmiddels onder de presidentiële auspiciën van Nelson Mandela, de prestigieuze functie van plaatstvervangend hoofd van de VN-missie in Genève bij. De apartheidswonden moeten daar toen nog vers zijn geweest, maar de blanke Goosen is niet alleen een ongetwijfeld vaardig diplomaat, hij zal zich ook een overlever hebben betoond.
Terwijl ik het bonte gezelschap tijdens de receptie gadesloeg moest ik onwillekeurig denken aan Geert Wilders, en hoe zijn denkbeelden in feite neerkomen op hetzelfde soort apartheid waar wij in Nederland een jaar of dertig geleden nog zo hartstochtelijk tegen te hoop liepen. Met name de door hem bepleite grondwettelijke verankering van de Joods-Christelijke traditie houdt een gevaarlijke bedreiging in van de seculiere grondslag die de Nederlandse staat heeft en wat mij betreft ten koste van alles moet behouden. Maar waar ik Wilders zou kunnen afdoen als curieus tijdverschijnsel en kennis neem van wat islamitische publicisten als Izz ad-Din Ruhulessin te melden hebben, kan ik bijna niet anders dan vaststellen dat Zuid-Afrika op dit gebied een enorme voorsprong heeft op ons polderieke landje. Misschien kan Job Cohen, die steeds meer de uitstraling krijgt van een arrogante beroepsbestuurder, de Tweede Verlichting waar wij naar mijn overtuiging inmiddels hard aan toe zijn, bevorderen. Hij hoeft alleen maar te vragen hoe dat moet.
Share on Facebook