Terwijl de storm in Pag, hoewel af en toe nog steeds aantrekkend tot een stijve bries, inmiddels is geluwd nadert mijn verblijf hier zijn einde en zal over enkele dagen de terugreis van 1600 kilometers naar het vaderlandse Zeikestan worden aangevat. Het leven in West-Dalmatië is voor de toerist mooi en goed. Alles is simpel verkrijgbaar en weliswaar niet spotgoedkoop maar alleszins redelijk geprijsd – ik taxeer de gemiddelde kassabon voor de boodschappen, mits importmerken zoveel mogelijk worden gemeden, op Lidl-niveau – en de mensen zijn over het algemeen hartelijk en spontaan. Kroaten hebben niet het opgeschroefde en opdringerige van andere mediterrane volken, maar zijn toch bepaald niet zo stug en afstandelijk als bijvoorbeeld Tsjechen of Hongaren. Wel is het vrouwelijk winkelpersoneel opvallend nors en chagrijnig – geen idee waarom, maar dat heb ik zelden bij vrouwen, laat staan met een volksaard waar ik amper vertrouwd mee ben – maar dat deert mij de pret geenszins.
Ik ben drie weken lang vrijwel verstoken geweest van nieuws. Als gemeld in Zorg had ik nog net meegekregen dat Nederland door noodweer werd getroffen, maar ik ben er daarna mee gestopt om mijn privé e-mail te controleren. Dagelijks vloeiden tegen de driehonderd e-mails binnen, merendeels diploma’s, erectiestimulantia, aantrekkelijke vrouwen en goedkope media aanbevelend, wat me de kosten van databundels wegens roaming niet waard is. En verdomd, iedere ochtend werd ik hier wakker zonder in een radioactieve paddenstoel te hoeven kijken, dus veel zal ik niet hebben gemist. Werkgerelateerde e-mails – ondanks de ingestelde afwezigheidmelding toch nog gemiddeld ongeveer veertig per dag – gunde ik nog wel een snelle blik en bij een enkele boodschap, tot nu een stuk of vier, was tussenkomst zinvol. Uit snelle rekenkundige extrapolatie kan dus worden opgemaakt dat uit zevenduizend berichten er hooguit vijf er echt toe doen. E-mail wordt, zo luidt mijn onvermijdelijke en stiekem tot vreugde stemmende conclusie, als het al niet zinloos was, dan toch in ieder geval steeds zinlozer.
Maar goed, binnenkort hobbel ik weer gedwee mee in de compleet verdwaasde mallemolen van e-mail, bellen of het mailtje is ontvangen, nog eens bellen of het inmiddels is gelezen en nog eens wanneer het zal worden behandeld, gevolgd door een aanvullend mailtje, nog eens twee voortgangsbewakende telefoontjes daarover, enzovoorts, enzovoorts. Ik heb beslist geen hekel aan mijn werk, maar voor deze onzin sta ik, overigens in de morrende berusting dat het er nu eenmaal bij is gaan horen, niet te trappelen. Wel ben ik stiekem benieuwd naar de (eventuele) voortgang in de kabinetsformatie en word ik, eenmaal teruggekomen, altijd geplaagd door de morbide aanvechting om na te gaan welke bekende personen de afgelopen weken het tijdelijke voor het eeuwige hebben verruild. De ervaring leert mij dat er in drie weken altijd tenminste een, meestal meer, opzienbarend sterfgeval is.
Deze streek is overigens met name voor Nederlanders, in den vreemde immer onmiskenbaar als de voortdurend wild opspringende en om zich heen meppende toerist, een paradijs. Een enkele lome wesp, geen muggen, een uurtje per dag wat bromvliegen en dat is het wel. Ik moet toegeven zelf ook de neiging te hebben om door onbehagen te worden overmand wanneer wespen zich in mijn nabijheid melden, al wordt dit, vooral onder invloed van vrouwlief, wel gaandeweg minder. Maar met de heldhaftigheid waarmee zij wespen oppakt en, niet zelden onder luide aanmoediging van alle aanwezigen, doodknijpt zal ik mij waarschijnlijk nooit kunnen tooien. Zij moet altijd hartelijk lachen om de in haar ogen volslagen idiote Nederlandse wespenpaniek, en heeft daarin overigens natuurlijk volkomen gelijk. Om te tarten houdt zij wel eens een tussen duim en wijsvinger geklemde wesp voor, met een wild in het rond zwiepend achterlijf waar de kleine zwarte gifpriem duidelijk zichtbaar uitsteekt. Uiteraard heeft ze mij er wel eens op bevraagd waar die malle angst toch op is gebaseerd, juist in een land waar geen enkel levensbedreigend dier van welke orde dan ook te bekennen is. Ik heb er geen verklaring voor. Wijlen mijn vader speelde het ooit klaar om zijn auto pardoes de Rijswijkse bermstruiken in te rijden vanwege een wesp, en brak eens scheldend en vloekend een vakantie in de Ardennen vanwege dezelfde beestjes, daar overigens inderdaad vooral in de nazomer meestal hinderlijk talrijk aanwezig, af. Om verdere verpulverende ridiculisering te voorkomen hou ik haar altijd maar de onschuldige muis, bij haar veroorzaker van redeloze paniek, voor.
Fluks weer teruggestuurd naar Koudekuttenland dus, het land waar ik me zo graag en vaak de scheuren aan erger, om de rest van het jaar – zelfs de decemberfeestdagen vallen in het weekend – in het zweet des aanschijns mij en de mijnen van dak, dappies en bammen te voorzien. Mijn verhouding tot Nederland is ingewikkeld; ik ben er regelmatig bitter cynisch over maar ben niet zonder genegenheid ervoor. Zo gun ik ieder volk zijn eigenaardigheden, dus ook de Nederlanders, maar de hypocriete bedilziekte waarvan de Hollandse poldergeest zo rijkelijk is doortrokken haat ik oprecht en hartgrondig. Voorts vind ik nationalistisch volkssentiment maar een gruwel en wat dat betreft lijk ik in Nederland juist wel weer op mijn plaats. Lands- en volkseenheid – begrippen die vaak naar believen door elkaar worden toegepast – zijn altijd en overal alleen voor de immer op machtsconsolidatie beluste overheden zinvol. Ik zie althans niet hoe dergelijke sentimenten anders zinvol zouden kunnen zijn en heb er alleen maar oorlogen – ook al van die overheidsaangelegenheden die een bevolking zich maar voor volk en vaderland moet laten welgevallen – door zien ontstaan. Maar blinde passie voor- en onvoorwaardelijke onderworpenheid aan het eigen land, zoals vooral zichtbaar bij Amerikanen en Fransen, is mij, en met mij vrijwel al mijn medelanders, volslagen vreemd. Iedereen mag van mij de ogen uit het hoofd huilen bij het horen van het eigen volkslied, maar ik heb nog nooit iemand met zijn of haar nationaliteit de boodschappen zien afrekenen.
Toch bestaat er wel degelijk zoiets als een volksaard, zelfs een Nederlandse. Maar uitgedaagd tot een voorkeurskeuze zou die wat mij betreft vallen op de Italiaanse. Ik besef dat ze druk, versierderig en hinderlijk opdringerig kunnen zijn, maar de door hun rijke geschiedenis getekende joie de vivre waarmee ze iedere dag tot een genot weten te maken dwingt bij mij altijd weer diepe bewondering af. Van de week was ik toeschouwer van zo’n aanstekelijke picknicksessie zoals alleen Italianen die kunnen opzetten en zich urenlang onledig mee kunnen houden. Het genot droop er doorlopend van af en verveling dreigde geen moment. De pater familias was een gesoigneerde zeventiger van eenzelfde omvang als ondergetekende. Maar anders dan de tobberigheid waarmee ik, en gelijkgevormde Nederlanders met mij, het beslag op de ruimte als ware het een kruis op de Via Dolorosa meezeulen, droeg hij zijn vormen op de enig juiste wijze: met trots, plezier en milde zelfspot. Ik ben overigens daarbij eveneens enthousiast liefhebber van hun door de meeste Nederlanders doorgaans met veel verachting bejegende voetbal, waarin technische zuiverheid en tactisch vernuft worden gepaard aan een genadeloze wedstrijdmentaliteit.
Ondanks alle rust en nietsdoen heerste in mijn omgeving slechts stilte wanneer iedereen eindelijk ter bedde was. Dit was niet in de laatste plaats te danken aan de vlak voor het vertrek naar Kroatië inderhaast gevulde en bijgewerkte mp3-spelers. En hoewel de meedogenloze metal waarmee mijn iPod merendeels is gevuld ruimhartig door iedereen wordt geduld, en in sommige gevallen zelfs gewaardeerd, gaat de voorkeur van opgroeiende kinderen nu eenmaal uit naar het dagelijkse aanbod van zendstations als TMF, MTV en 3FM. Hieronder volgt, om eens een keer schaamteloos de eigen (hoewel niet strikt persoonlijke) muzikale voorkeur uit te venten, de gezinsbrede en duur bevochten top-10 van deze vakantie:
- Sky Eats Airplane – Nookie
- David Guetta et al – (There’s No) Getting Over You
- Van Halen – Icecream Man
- AC/DC – Evil Walks
- Prodigy – Shag My Bitch Up/Whack My Kids Up/Trek Mijn Rits Op (al naar gelang de situatie)
- Unearth – Bled Dry
- Diecast – S.O.S.
- Jason Derulo – Solo
- Love Me Butch – Reconcile
- Eighteen Visions – Tonightless
Lady Gaga‘s Alejandro, I Never Wanted To van Saosin en The Face With No Name van Memphis May Fire verdienen nog een eervolle vermelding.
Ik weet dat ik aanstaande zondagmorgen in alle vroegte de Nederlandse grens zal passeren, de auto zal stoppen bij het eerstvolgende benzinestation, en met onverhulde voldoening na een zalige vakantie in den vreemde mijn terugkomst met een verse, dampende kop Nederlandse koffie zal vieren. Ergernis heeft geen haast en kan dan nog even wachten. Eenieder die nog niet op vakantie is gegaan wens ik hiervandaan minstens evenveel plezier als ik zelf de afgelopen weken mocht hebben.
Share on Facebook
July 25th, 2010 at 19:18
[...] Naar huis [...]
July 26th, 2010 at 18:29
Ik heb een week geleden helemaal niets gemerkt van de stugheid van Tjechen. Ik vond ze uiterst vriendelijk, stonden niet verlegen om een babbeltje of te helpen, zelfs al was het in gebrekkig Engels/Duits en ipv. iemand die ze niet verstaan af te wuiven, zoals bv. de Fransen, deden ze hun best met wat handen- en voetenwerk en dat waren lang niet allemaal mensen die geld aan mij konden verdienen.
Misschien heb ik een wat vertekend beeld omdat ik een groot gedeelte doorgebracht heb op een freakfriendly metalfestival, … kan.
July 26th, 2010 at 18:41
Ik ben ettelijke malen in Tsjechië geweest en vond ze, hoewel niet naardig, over het algemeen wat stug en afstandelijk. Jij was op een metalfestival; metalheads zijn een ‘different breed’.