Ik weet dat het een tot platitude verweerde metafoor is maar ik denk er, inmiddels op mijn vakantiebestemming te Kroatië aangekomen, regelmatig aan. Jaren geleden was ik eens een maandje in Suriname, het land van de biologische klok die meestal stilstaat. Ik had geen enkele moeite om me het levensritme daar eigen te maken. Men leefde er merendeels van maaltijd naar maaltijd en houdt zich in de tussentijd bezig met causerieën en, wanneer de gelegenheid zich aandient, handeltjes en schnabbeltjes. Het was, en is dat vermoedelijk nog steeds, een dagelijks leven dat wordt gedreven door het soort overlevingseconomie dat ook in grote delen van zwart Afrika is te zien.
Zo zat ik op zekere dag landerig in Paramaribo aan de oever van de Surinamerivier op een stokje bamboe te kauwen, in de buurt van het indertijd zojuist wegens gebrek aan geld stilgelegde, maar later alsnog doorontwikkelde nieuwbouwproject Leonsberg, ongeveer op de plek waar later de prestigieuze Jules Wijdenboschbrug gebouwd zou worden waarmee de gelijknamige president het land naar de rand van de financiële afgrond zou voeren. Het was een mooie dag, en ik verdeed mijn tijd met het kijken naar de haven in de verte. Schepen kwamen en gingen, meerden af en vertrokken, sommigen kwamen en voeren door, en enkelen leken verdwaald en er niets te zoeken te hebben, alles in een traag maar gestaag tempo.
Hier in het Kroatische Pag, in West-Dalmatië, draait het leven om zomertoerisme, zoutwinning en schapenkaas (paški sir). Ik heb daar een appartement, één hoog op de helling van een aan zee belendende heuvel op een maanlandschappelijk eilandje in de Adriatische Zee. Mijn ruime balkon biedt schitterend uitzicht over een lagune, waardoorheen de plezierarmada van de Kroatische nouveau riche dobberend heen en weer flaneert. Anders dan in Suriname ligt hier geen nijverheid aan ten grondslag. Hier gaat het louter om zien en gezien worden, landerig aan dek hangend in een door de zon verteerde huid die om huidkanker schreeuwt. Evenmin verdwijnen de bootjes onmiddellijk uit mijn bestaan wanneer zij onderweg zijn naar de plaatselijke jachthaven. Eenmaal gelaafd en klaar met de zelfexpositie, moeten ze weer terug naar open zee omdat verdere doorgang door een afsluitdijk, met daarachter garnalenkweekkavels, wordt belemmerd. Men wil worden gezien en bewonderd, maar blijft niemand, komt van nergens en heeft geen bestemming anders dan het schroeiende kruiserdek.
Aan vrouwelijke schoon overigens geen gebrek in deze nog prille Balkanstaat. Anders dan het strand in Scheveningen, waar men alleen op esthetische gronden al vurig zou wensen dat naaktzonnen werd verboden, biedt de plaatselijke boulevard in Pag meer dan genoeg kijkvertier en aanleiding tot lichtzinnige seksuele fantasieën. Zelfs mijn hospita van rond de dertig, een te Zagreb afgestudeerd econome die zich in de zaak van pa inwerkt, is ruimschoots begiftigd met de vormen waarvoor men zich in deze contreien in de Oudheid nog in woeste oorlogen stortte. De laatste oorlog in deze historisch explosieve regio had echter autonomie als inzet en dateert nog maar van een jaar of vijftien geleden. Mijn hospita, jong als zij toen was, herinnert zich paddenstoelvormige puinregens aan de overzijde van de lagune als gevolg van de Servische bombardementen nog als de dag van gisteren. Om de haverklap ging het luchtalarm en ieder huis, met inbegrip van nieuwbouw, is en wordt nog steeds voorzien van schuilkelders. Servische jachtbommenwerpers scheerden met veel kabaal laag door de lagune, en haar ouders hadden het zwembad camouflerend toegedekt om geen vijandelijke aandacht op zich te vestigen. Uiteindelijk zou Pag ongedeerd blijven, maar het nabij gelegen Zadar was een ander lot beschoren.
Ik merk dat de animositeit tussen Kroaten en Serviërs nog steeds leeft, al is het gedempt en onderhuids. Maar met een oorlog nog vers in het geheugen houdt economisch pragmatisme de partijen over en weer gedwee. Dit gaat natuurlijk goed zolang het goed gaat, maar toch ben ik voorzichtig optimistisch over de duurzaamheid van vrede in deze regio. Slovenië, inmiddels volwaardig EU-lid, heeft beide voormalige Joegoslavische broederlanden inmiddels in welvaart en economische ontwikkeling achter zich gelaten. Maar hierover valt vooralsnog geen wanklank te beluisteren, ook niet uit de zwoele mond van mijn hospita. Wanneer de economische crisis eenmaal voorbij is komt Kroatië er ook aan, klinkt het trots. Ik geloof haar onmiddellijk, maar ben inmiddels zo betoverd dat het nietige Pag wat mij betreft evengoed Saint-Tropez op den duur voorbij zal gaan steken.
Share on Facebook
July 25th, 2010 at 19:18
[...] Voorbij [...]